Wat klopt er niet aan dit plaatje: een schaatser aanwezig op de Olympische Spelen te Peking? Juist, de verkeerde sport op het verkeerde moment. Want hoewel dit de vijfde keer is dat ik een Spelen meemaak, zal dit de eerste keer zijn dat ik niet meedoe. Deze keer gaan de ijzers niet om, wordt het ijs niet betreden (er is simpelweg geen ijsbaan) en heerst er geen spanning voor een eventuele medaille.
Sport, althans mijn eigen sport, is dit jaar niet de reden dat ik afreis naar Peking. De reden dat ik meega is broertje Theo, die als wielrenner deelneemt. Als oudste broer zal ik hem aanmoedigen en mentaal bijstaan. Als reporter leg ik zijn belevenissen vast en doe daar verslag van.
Of het nou de Zomer- of de Winterspelen zijn, het blijft een raar idee zelf niet deel te nemen aan dit prestigieuze sportevenement. Want de sfeer, de verwachtingsvolle blik in tienduizenden ogen en het oorverdovende applaus blijven hetzelfde. Maar je weet dat het dit keer niet om jou draait. Dit keer geen ‘schaatser Jan Bos’, maar ‘broer Jan Bos’. Voor de verandering zit ik nu op de tribune.
Nu ik gewend ben aan het idee toeschouwer te zijn, zie ik er de voordelen wel van in. Het zal voor het eerst zijn dat ik geen druk voel en me kan ontspannen tijdens een Spelen. Natuurlijk tref ik wel de nodige voorbereidingen. Ik heb nu de tijd om reisgidsen door te bladeren en te bedenken wat ik wil zien. Per fiets de stad verkennen en cultuur snuiven staan onder andere op het programma.
Maar voordat ik de toerist ga uithangen, staan de wedstrijden van Theo centraal. 15 augustus begint hij met de teamsprint om, hopelijk, 19 augustus de laatste 200 meter sprintfinale te fietsen. We hopen op goud. Want of ik die plak nou haal op de Winterspelen in Vancouver of hij in Peking, dat maakt niet uit. Hij zal er komen!
Jan is de broer van baanwielrenner Theo Bos.




