PEKING - Bij elke Olympische Spelen, als alle ogen van de wereld op één plek zijn gericht, vreest het IOC voor aanslagen. Maar in het geval van China zijn er behalve de ‘gevestigde’ terroristische organisaties (zoals al-Qaeda) ook binnenlandse groepen in het spel.
Terwijl sporters, officials, journalisten en toeschouwers met duizenden tegelijk in Peking aankwamen, vond eergisteren in Xinjiang, in het westen van het land, een aanslag plaats. Daarbij kwamen zestien politieagenten om het leven en werd er een aantal verwond.
In Xinjiang wonen voornamelijk Oeigoeren, een islamitisch bevolkingsdeel dat nu Chinees is maar meer onafhankelijkheid en anders zelfstandigheid nastreeft. Nu heeft het gebied, dat in 1949 werd ingenomen door de communisten, een autonome status. Die eis zetten de Oeigoeren kracht bij met aanslagen.
Volgens de Chinese regering was de dreiging van een terroristische aanslag op de Olympische Spelen nog nooit zo groot als deze keer. De voorzorgsmaatregelen zijn immens en zijn na de recente aanslag verscherpt. Meer dan 34.000 soldaten en officieren zijn op enigerlei wijze betrokken bij veiligheidswerk in Peking en de andere organiserende steden (zoals Hongkong). In totaal 74 gevechtsvliegtuigen, 48 helikopters, 33 marineschepen, luchtdoelraketten en materiaal om chemische aanvallen af te slaan, worden ingezet.